13 december 2025
Met Cragmaw Castle nog nasmeulend achter jullie, tekenen zwarte rookpluimen zich af tegen de horizon. De weg naar Phandalin voelt langer dan ooit. Gundren Rockseeker strompelt naast jullie voort, zijn blik leeg, zijn handen trillend. Wat er in het kasteel is gebeurd, heeft sporen nagelaten die dieper snijden dan wonden. Met brekende stem smeekt hij jullie hem veilig naar Phandalin of Sildar te brengen.
Maar nog vóór het dorp in zicht komt, zien jullie het. Een dikke rookwolk stijgt op uit Phandalin zelf. Vlammen stijgen langs het dak van de Stonehill Inn. Zonder aarzeling begeven jullie richting Harbin Wester, de burgemeester. Zijn angst is bijna tastbaar. Hij vertelt hoe de Redbrand Ruffians het dorp teisteren, hoe zij verantwoordelijk zijn voor de brand en hoe niemand zich nog veilig voelt. Hij wil van hen af en stuurde daarom Sildar op hen af. Wanneer jullie zeggen dat jullie hem zoeken, is Harbin’s advies simpeld: begin bij de Sleeping Giant. De taverne waar de Redbrands zich ophouden. Gundren blijft achter bij de burgemeester. Twink mompelt dat hij uitgeput is en snakt naar rust, maar niemand luistert.
Bij de Sleeping Giant treffen jullie vier Ruffians. Hun gelach sterft abrupt wanneer de magie toeslaat. Eén van hen zakt direct in een diepe slaap. Binnen enkele hartslagen worden twee anderen neergeslagen. De laatste valt op zijn knieën en smeekt om genade. Met een mes boven de slapende Ruffian krijgen jullie hem aan het praten. Sildar is in Tresendar Manor. En de Redbrands? Slechts pionnen. In dienst van The Black Spider. Het landhuis heeft een geheime ingang, zo vertelt hij. Een grot, ten zuiden ervan.
Bij Tresendar Manor splitsen jullie je op. Draxus en Kitten betreden het landhuis via de grot. Zodra zij de duisternis betreden, klinkt een stem… niet hardop, maar in hun gedachten. Sissend. Spottend. Alsof iets hen al lang bestudeert. Het fluistert adviezen, zaait twijfel, geniet van hun ongemak. In een diepe geul ontdekken zij een half opgegeten lijk. Dan verschijnt het monster zelf: een Nothic, één oog wijd open van honger en waanzin. De strijd is kort maar fel. Met een allesverzengende Eldritch Blast boort Draxus recht door het oog van het wezen.
Twink kiest ondertussen de hoofdingang. Het verlaten landhuis kraakt onder zijn stappen. Hij vindt al snel de weg naar de kelder, een opslagruimte vol vaten vlees, suiker en appels. Maar verderop ontwijkt hij ternauwernood een verraderlijke val en stapt een mausoleum binnen. Enthousiast opent hij de grafkisten. De doden antwoorden. Drie skeletten rijzen op. Twink weet er twee het gevecht uit te sturen, recht de kuil in waar hij zelf bijna in was verdwenen. Het laatste skelet verslaat hij en neemt twee botten mee, bevestigd aan zijn lans. Trofeeën van het graf.
Niet veel later zijn jullie weer samen. Een deur zwaait open—drie Ruffians staren jullie aan. Jullie vluchten en lokken hen daarmee richting de valkuil. Draxus hult de plek in magische duisternis. Kitten vult de pit met magische dolken. Het duurt niet lang voor deze vijanden verslagen zijn.
Achter twee cellen vinden jullie Mirna Denrar en haar kinderen, Nars en Nilsa. Drie dagen geleden ontvoerd, vertelt ze. Haar man, Thel, ook. Kitten realiseert zich wat er met hem is gebeurd. De Nothic had honger… Mirna bedankt jullie met tranen in haar ogen. Ze bezit niets meer, behalve een belofte: een familie-erfstuk, verborgen in het zuidoostelijke deel van Thundertree. Jullie sturen haar en de kinderen via de geheime tunnel weg. Met één waarschuwing: kijk niet naar beneden in de kloof. Daar woont iets… met veel te veel poten.
Dieper in het complex openen jullie een deur en treffen een rode kat. Met een illusie van een muis leidt Kitten het dier af, maar zodra jullie binnenstappen schrikt het en verdwijnt onder een andere deur. De kamer ademt magie: destilleerapparatuur, alchemistische resten, oude boeken vol vergeten kennis.
Nieuwsgierig openen jullie de volgende deur. En dan, op het moment dat jullie dat doen, worden jullie verblind door een grote witte flits…